Delen     Populaire blogs     Volgende blog
Blog maken     Inloggen
_
_
Cookies op 50plusser.nl

50plusser maakt gebruik van cookies en daarmee vergelijkbare technieken. 50plusser gebruikt functionele en analytische cookies om u een optimale bezoekerservaring te bieden. Bovendien plaatsen derde partijen tracking cookies om u gepersonaliseerde advertenties te tonen en om buiten de website van 50plusser relevante aanbiedingen van 50plusser te doen. Ook worden er tracking cookies geplaatst door social media-netwerken.
Door op Akkoord te klikken gaat u hiermee akkoord.

Akkoord


Klik hier voor meer informatie.
Hobby's
Tuinieren, vakantie, en gebeurtenissen van vroeger en nu
_
Home__Weblog__Prikbord__Foto's__Links__Gastenboek__Zoeken__Tip__Login
_

Welkom op mijn Weblog


Wilhelminadorp aan het kanaal



Mijn Profiel

voogdtwij
Ik ben nu offline

• Mijn profiel
• Priv bericht sturen
• Als vriend toevoegen

Toevoegen als weblog vriend






Zoeken in Google
_



Categorien Overzicht




Laatste Weblog artikelen

Het weten waard
27 april 2008 12:18

Handige Tips
13 april 2008 12:46

De Mosse zelfs, die vin' ...
29 maart 2008 18:02

Psalmgezang en vloeken.
28 maart 2008 20:07

Zoute helden ongedecoreerd.
16 maart 2008 12:51




Fotoboeken


Vakantie (25)
_
Zuid Beveland (9)
_

Locomotieven (15)
_
_






Weblog Vrienden


Nog geen weblog vrienden toegevoegd.



Gastenboek berichten

Hendrik Bos
25 mei 2008 11:27
_
Heb jullie op de foto gezet in Zeeland het was een mooie optocht. Het was bij Wissenkerken. Als jede fotos wilt hebben stuur mij het adres op en ik stuur ze gratis naar u toe. Hobby fotograaf Hendrik Bos Barendrecht




Watskeburt Op 50plusser.nl

Door Tympaan om 12:21
_
Tympaan Online

Door Hilda47 om 12:21
_
Hilda47 Online

Door AngelB om 12:20
_
AngelB Online

Door wimmie43 om 12:20
_
Nieuwe Reactie geplaatst

Door SirMax om 12:19
_
SirMax Online

Door elly01 om 12:19
_
Nieuwe Forum reactie geplaatst

Door LadyLely om 12:17
_
LadyLely Online

Door inemaartje om 12:17
_
Inemaartje Online





_

Andere artikelen



Hoe het allemaal begon.

Vanaf vrijdag 30 januari 1953 trok een grote storm, met een omvang van Circa 1000 kilometer, over Schotland in de richting van de Duitse Bocht. Door de harde noordnoordwestenwind waarmee deze storm gepaard ging, werd de Noordzze opgestuwd in de richting van het Engelse Kanaal.
Op zaterdag 31 januari, de vijftiende verjaardag van Prinses Beatrix, leverde de storm spectaculaire plaatjes op. vele mensen in Zuidwestelijk Nederland gingen éven naar de zee kijken'.
Bij vloed liepen immersde buitendijkse gorzen of schorren onder water. Op sommige plaatsen sloeg het water over de dijken, maar de meeste mensen waren niet ongerust. Ze verwachten dat de storm 's nachts wel in kracht zou afnemen en niemand realiseerde zich dat de vloed, die in de nacht van zaterdag op zondag plaats zou vinden, springvloed was.
De stormwaarschuwingsdienst van het KNMI liet aan het eind van die zaterdagmiddag een waarschuwingstelegram uitgaan met de melding van het hoge water (zou anno 2007 wel anders gaan). De nieuwslezer op de radio berichtte dat er een zware storm woedde, noordwest en noord. Gedurende de daaropvolgende nacht kon de radio geen waarschuwing meer uitzenden domweg omdat men tussen middernacht en 's morgens acht uur geen uitzendingen verzorgde.

WALCHEREN EN DE STORMVLOED

WALCHEREN

De stormvloed van 1953 veroorzaakte op Walcheren met name heel wat materiele schade. Nor herstellende van de inundatie van 144 liep een deel van Walcheren tijdens de rampnacht van 1953 onder water.

De dijken waren niet hoog genoeg voor het extreme hoge waterpeil. Op diverse plaatsen stroomde het water over de dijken heen en ontstonden er gaten in de dijken. Ook de duinen konden het water niet weren, vooral het duin bij het waterwingebied liep flinke schade op. In Domburg werd dde groot gedeelte van het duin afgeslagen en op het strand zelf verdwenen de strandhuisjes in de razende storm. Ook de Westkapelse Zeedijk moest er aan geloven, die nog maar pas aangebrachte nieuwe beglooiing liep flinke schade op. Het water dat over de Vlissingse boulevard sloeg zette een deel van de binnen stad blank. En als gevolg van overstromingen van de Suzannapolder hield het land rond Arnemuiden en Kleverskerke het ook niet droog. Door het gat in de Poldersedijk kwam heel Kleverkerke onder water te staan. Alle bewoners werden door de brandweer en vrijwilligers geevacueerd. ook het omliggende land van Arnemuidenkwam blank te staan en een groot deel van het dorp zelf liep vol waardoor talloze woningen werden beschadigd.
De waarschuwing van het KNMI wed op 31 januari 1953 met recht serieus genomen. Op Walcheren waren de dijkwachten al parat en de schuiven in de waterkeringen Vrouwenpolder en Nieuwland werden preventief gesloten. Onderhoudsaannemers, militairen, de Nederlandse Heidemij, de Schelde en vele vrijwilligers werden gemobiliseerd om de strijd tegen het water aan te gaan. de gevolgen van de storm konden zij echter niet voor heel Walcheren beperken. Al in de rampnacht zelf en de dagen daarna werden gaten en weggeslagen stukken van dijk en duin gevuld met zakken. Op veel dorpen werd de schooljeugd ingezet om de zakken te vullen. Het echte herstel ging gepaard met enorm veel geld. Geld dat niet altijd direct voor handen was. De grootste investeringen voor het herstel kwamen van rijkswege. Voor de uitvoering werd de Dienst Dijkherstel in het leven geroepen. Het erste Deltawerk (het op Deltahoogte brengen van dijken) was de aanleg van de dijk Zoutelande in 1957. Een andere veilighedsmaatregelen was de afsluiting van het Veerse Gat in 1961.
In eerste instantie was het de bedoeling dat ook de Oosterschelde met een dam zou worden afgesloten, maar na veel protest en dicussie over de nadelige gevolgen van een dam voor flora en fauna besloot de regering in 1975 om een stormvloedkering met beweegbare schuiven te bouwen. Zo werd de veiligheid gewaarborgd en de natur gespaard.
Pas in 1987 werd de Westkapelse zeedijk op hoogte gebracht. Waarmee Walcheren veilig zou zijn.
Recente onderzoeken van de technische adviescommissie waterkeringen doet deze stelling echter wankelen. Volgensdit onderzoek zou de kust bij Domburg mogelijk niet bestand zijn tegen extreem hoge waterstand tijdens heftige noordwester storm.
De Deltanorm zoals vastgesteld na de watersnoodramp zou volgens het onderzoek niet meer afdoende zijn. het ministerie van Verkeer en Waterstaat maakte begin dit jaar in een uitzending van Zembla bekend de resultaten van het onderzoek te zullen checken en na te gaan of de bevindingen kloppen.
------------------

De Ramp 1953 De Watersnood herdacht. In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 voltrok zich De Ramp.Zuidwest-Nederland liep onder water. Nu 50 jaar later, liggen de herinneringen nog vers in het geheugen. Drie overlevenden vertellen. Kees van Damme (75).

Werd onder aan de dijk van Yerseke geboren en groeide op met het water. „ik kon bijna eerder zwemmen dan lopen.”Als kind zat hij al aan de kade met bootjes te spelen en raakte helemaal vertrouwd met het water. Vijfentwintig was hij, toen de ramp plaats vond. Hij weet het nog goed. „Ik woonde onder aan de haven en als mosselschepper was mijn werkterrein, als ik aan wal was, op de kade.ik keek automatisch altijd al naar het water en wist wanneer het hoog water was en wanneer het laag water was. Het stormde natuurlijk wel vaker, maar die zaterdagavond was er een noordwesterstorm. ’s Avonds na etenstijd zag ik al dat het water nog vrij hoog stond, terwijl het tot een uur of elf ’s avonds laag water hoorde te zijn. Toen ik rond half elf weer naar het water ging, bleek dat het net zo hoog stond als normaal met hoog water, terwijl het tij eigenlijk laag was. Dat was natuurlijk erg verontrustend. Ik weet nog dat ik ’s avonds op het dijkje liep bij de kade om naar ons schip te kijken en dat ik een bekende Yersekenaar tegen kwam, die zei: „Kees, als dat doorgaat, verzuipen we allemaal.”

Baby.

„Ik ben toen naar huis gegaan, waarna ik samen met m’n broer Jo om half twee ’s nachts weer naar de kade ben gegaan. Toen was het dus half vloed, maar er was al zo verschrikkelijk veel water, dat alle schippers de hele nacht in touw geweest zijn. Want de schepen in de haven kwamen zo hoog te liggen, dat de touwen los kwamen van de palen. Dus moesten we die schepen vast zien te houden. Men heeft ook met man en macht de dijk nog versterkt met zeil en zandzakken, want hier en daar sijpelde het water ook over. En de muur op de kade stond bol. Als die muur doorgebroken was, was heel Yerseke volgestroomd. Rond een uur of vijf zagen we dat het water begon te zakken. Toen kwamen we tot de conclusie dat er ergens iets gebeurd moest zijn, dat ergens een dijk doorgebroken moest zijn. Verder wisten we niets, want moderne communicatiemiddelen waren er nog niet. Later bleek dat de dijken in Schouwen doorgebroken waren, en ook hier op Kruiningen – Yerseke. Er moest hulp geboden worden. Maar het was midden in de nacht, regen en wind, dus wat moet je? We hebben toen een vrachtwagen opgesnord, waar we onze roeiboot op tilden, om richting de dijk van Kruiningen te rijden. Daar zijn we met de boot het water opgegaan. Onderaan de dijk van Kruiningen was een rij huisjes, waar de bewoners nog in zaten. Die hebben wij op de dijk gebracht, want het water stond er al tot aan de dakgoot en in een van de huizen was al een baby verdronken. Dat was erg triest. Via een dakraampje hebben we nog een gezin in de boot gekregen.

Kunstmestzakken.

„’s Maandags bleek dat er die nacht een gezin aangespoeld was uit Ouwerkerk. Toen wisten we eigenlijk pas wat er op Schouwen gebeurd was. Dat gezin is door het gat in de dijk bij Ouwerkerk gestroomd. Het schijnt dat er verschillende vlotten gedreven hebben, maar alleen zij waren hier aangekomen. Moet je je indenken, in de winter, met regen en storm op een stuk dak, 15 kilometer naar Yerseke drijven! Een zoon van hen heeft dat niet overleefd.

De Ramp 1953.

Die is van de kou op het vlot omgekomen.” Die maandagmorgen werd er crisisberaad gehouden van burgemeester en wethouders en politie, waarna besloten is om de mosselschepen van Yerseke uit te laten rukken naar Schouwen en Duiveland om daar mensen te redden. Aan Kees’ vader en broers werd gevraagd om hun schip, de Yerseke 58, twee weken een pendeldienst van Bergen op Zoom naar Yerseke over het water te onderhouden. Want alle andere verbindingen waren verbroken. De andere dagen ben ik met mensen uit het dorp met een platte boot naar de zak van Zuid-Beveland gegaan. Dat gebied was ook ondergelopen, hoewel het water er relatief laag stond. We hebben daar een aantal dagen mensen, en koeien en paarden die nog in de stal stonden aan de wal gebracht. Zo was er een boer die zijn koeien op zakken kunstmest had gezet, zodat ze wat hoger stonden. Dat was een verschrikkelijke toestand, maar we hebben ze los kunnen maken en de dijk op kunnen dirigeren. Ze moesten wel zwemmen, want de meeste hoeven lagen iets hoger, maar veel koeien hebben dat op die manier gered. Terwijl hier in de polders en op Schouwen en Duiveland ontzettend veel koeien zijn verdronken. Ik heb talloze kadavers zien liggen. In dat gebied zijn ook de meeste mensen verdronken.

Yerseke 58.

„Een week of twee later vroeg iemand van dat aangespoelde gezin of wij met hen naar Schouwen wilden varen, om terug te gaan naar hun huis. We zijn toen met de Yerseke 58 door het stroomgat in de dijk naar Ouwerkerk gevaren. Later zijn we ook met mensen uit Nieuwerkerk terug naar Nieuwerkerk gevaren. Wat me erg verbaasde, was dat die mensen eigenlijk niet of nauwelijks emotioneel waren, terwijl toch bijna alles in die dorpen verwoest was. Want onderschat de kracht van het water niet. Vooral als je huis in de stroming staat, dan is het zo weg. En dan vraag ik me wel af waarom het anderen moest overkomen en ons niet. Wij zijn echt bewaard gebleven.”

+++++++++++++++

Knieën.

De heer Folmer (69) woonde in Nieuwerkerk, op een boerde rij met koeien en paarden. Toen het gezin die eerste februari om een uur of zeven wakker werd, zagen ze buiten overal water. Folmer: „Toen ik de deur open deed, stond ik tot mijn knieën in het water en het stroomde zo naar binnen. Mijn vader en drie broers hebben toen de beesten hogerop in het dorp gebracht. Daarna zijn zij terug gegaan naar huis, maar ik ben bij de koeien gebleven, om vast te zetten. Vervolgens kon ik niet meer terug naar huis, omdat het water te hoog stond, dus ben bij een oom in het dorp gebleven.”

21 uur.

Rond een uur of drie ’s middags stortte het ouderlijk huis van Folmer in elkaar. Zijn ouders en broers kwamen wonderwel op een vlot terecht, maar onderweg kreeg zijn vader een hartinfarct. „waarschijnlijk van emotie, want ik merkte al toen we de beesten wegbrachten, dat hij het daar heel moeilijk mee had. Hij was erg overstuur.” Toen ze langs een woning voeren, wilden de broers hun vader daar op de zolder leggen. „Mijn broer Simon van 17 wilde via een raampje op die zolder klimmen, maar juist toen hij zijn voet op zolder zette, zakte ook dat huis in elkaar. Mijn broer is daar toen verdronken. Mijn ouders en twee overgebleven broers hebben vervolgens 21 uur op dat vlot doorgebracht! Tot hun knieën in het water. Mijn vader was toen al gestorven op het vlot. Mijn moeder vertelde later dat zij aan de ene kant op

De Ramp 1953

het vlot zat en mijn vader aan de andere kant lag. Hij was stervende, maar ze kon niet naar hem toe, want dan zou het vlot kantelen. Dus mijn vader is gestorven, terwijl mijn moeder zo dichtbij zat, maar niets kon doen! Toen ze ’s maandags opgepikt werden door een boot, moesten ze mijn vader op het vlot achterlaten. Eerst moesten de levende gered worden. Gelukkig is hij later weer gevonden.”

Lakens.

Folmer zelf wist niets van dit alles. Hij zat in het huis van zijn oom en zag andere huizen in elkaar storten en mensen aan de dakgoot hangen. „Ik dacht alleen maar: ‘ wanneer is het onze beurt?’ gelukkig is het huis van mijn oom blijven staan. Zo heb ik het ook overleefd.” Folmer had ook nog een broer van 31, die getrouwd was en drie kinderen had. Ook dat gezin is verdronken. „Mijn schoonzus was in verwachting van hun vierde kindje en zij was nog een heel eind de polder in gedreven. Uiteindelijk kwam ze bij een hofstede aan, waar ze haar met lakens naar binnen probeerden te halen, maar dat is niet gelukt. Ze was natuurlijk erg zwaar. Ze is als nog verdronken.” Toen het water maandagmiddag zakte, is Folmer teruggegaan naar waar hun huis stond, maar alles stond onder water en was verwoest. „Vreemd genoeg voelde ik toen weinig. Ik was te verbluft om emotioneel te zijn. Dat kwam allemaal later pas.” Toen Former, zijn moeder en zijn twee broers na een jaar evacuatie terug kwamen, was aan hem en zijn broer de taak om de boerderij weer op te bouwen. „Ik had niets. Alleswas weg, papieren, de inboedel, alles. Maar het is met veel hulp toch gelukt.”

Wrakhout.

Van de 1800 tot 1900 inwoners van Nieuwerkerk zijn er 286 verdronken. De meeste mensen konden niet zwemmen, maar ook mensen die wel konden zwemmen, verdronken. „als je aanspoelde bij de wal of bij een binnen dijk, lag daar vaak eerst een hele hoop wrakhout. Heel veel mensen zijn in hun poging aan de wal te komen, tussen het wrakhout verdronken.” De ramp is 50 jaar geleden, maar voor Folmer lijkt het wel de dag van gisteren. „ik kijk altijd nog wanneer het sprigtij is. Want Nieuwerkerk ligt wel onder de zeespiegel. De Ramp is een stuk van mijn leven geworden. We spreken hier ook altijd van voor en na de Ramp. Dat gaat er nooit meer uit.

Traptreden.

Op 14-jarige leeftijd realiseerde Jack de Kok (64) zich nauwelijks dat de dijken, die het koude wate generaties lang buiten het dorp hadden gehouden, op breken stonden. „ik geloof in God en in de verhalen over Jozef, Goliath en David. Ik geloof dat ze echt bestaan hadden, net als Michiel de Ruyter, Piet Hein en willem van Oranje, maar het deed mij persoonlijk niets.” Die nacht was het tij ongewoon hoog en de wind liet het water tegen de dijk slaan. De kerkklokken van Kruiningen luidden en zijn vader was samen met andere dorpsgenoten op weg naar de dijk. Halverwege werd hun verteld zo snel mogelijk naar huis te gaan, want het water naderde het dorp. Jack: „Terwijl mijn vader binnenkwam en vertelde dat de dijk door was, stroomde het schuimende water de straat al in. Ondanks de gesloten deur, kwam het water ook ons huis binnen. We haastten ons door het snel stijgende water om voedsel, stoelen kleding en dekens boven te brengen. Mijn vader sloot de deur onderaan de trap en terwijl we wachtten, zagen we het water stijgen op de traptreden. Toen het water tot de bovenste trede was gestegen, brachten we de spullen naar de zolder. Op dat moment drong het tot me door dat dit wel eens mijn laatste uur op aarde kon zijn. Als 14-jarige benauwde die gedachte mij

De Ramp 1953.

en ik voelde een knoop in mijn maag. Toen we op zolder zaten, knielden we voor het bed van mijn ouders. Mijn vader las Psalm 90, over de kortstondigheid van ons leven. Toen mijn vader daarna bad, werd ik mijn ineens bewust dat al de dingen die ik had geleerd in de kerk en uit de bijbel echt waren. God bestond. En ik wist instinctief dat hij voor ons zou zorgen. Op dat moment kwam er een totale vrede over mij en de knoop in mijn maag verdween. Toen ik weer opstond van mijn knieën wist ik dat ik niet meer dezelfde was.”

Emigreren.

De volgende dag werd het gezin gered en geëvacueerd naar een verderop gelegen polder. Ze hadden de meeste bezittingen verloren, maar hun levens waren gespaard. De familie emigreerde naar Canada en een nieuwe wereld ging voor Jack open. Een aantal jaren later ging hij bij de luchtmacht en raakte betrokken bij de militaire Christelijke gemeenschap.

+++++++++++++

De Ramp was erger dan de Oorlog.

Adriana Dek – van Burg is geboren in 1920. Maxim, haar kleinzoon, en zijn klasgenoten Walid Said hebben haar geïnterviewd. Dat was een opdracht voor geschiedenisles. Hier volgt haar levensverhaal. De ramp speelt er een grote rol in. „Ik ben geboren aan de Zanddijk in Kruiningen, vlakbij het station. Mijn geboorte huis staat er niet meer. Ik had vier zusters en drie broers. Omdat ik de oudste was, moest ik na mijn lagere schooltijd mijn moeder helpen bij het huishouden. Mijn vader was boerenknecht bij een vee boer en werkte ook op het land. Daarmee verdiende hij tien gulden in de week. Wij gingen nooit met vakantie, daar was geen geld voor. Op mijn twaalfde moest ik gaan werken: op het land en thuis, mijn moeder helpen. Van de Tweede Wereldoorlog hebben we niet veel gemerkt, want in Kruiningen en de rest van Zeeland was er eten genoeg. De Ramp herinner ik me nog heel goed. ’s Nachts om twaalf uur gingen de klokken luiden. We gingen naar buiten en hoorden dat de dijk was doorgebroken. De sterke mannen wilden naar de dijk, maar kwamen niet ver want het woeste water kwam ze al tegemoet. Omdat het water snel steeg, brachten we de spullen naar zolder, maar het water steeg nog hoger.

„Veel mensen gingen naar het Marktplein. Dat licht hoger, dat voel je als je fietst.”

Samen met mijn man en mijn dochter van zes en negen vluchten we door het dakraam naar het dak. We konden naar binnen bij een ander huis en bleven daar de hele nacht op zolder. We wisten nog niet dat de bewoners van dat huis al verdronken waren. De volgende morgen werden we gered door een bootje en naar de Snellemarkt gebracht. Met een vrachtwagen gingen we door naar ’s Gravenpolder, waar we tot augustus bleven. Bijna een half jaar.

Capelle, verdwenen buurtschap.Capelle lag in de buurt van Ouwerkerk. Het was een buurtschap met een straat. Er was een café, een winkeltje, een begraafplaats, een tramhalte en een cichoreifabriek. Van Capelle is niet veel meer over. Na de ramp mocht het niet meer opgebouwd worden; dat had te maken met plannen die de overheid had met de inrichting van Schouwen-De Ramp 1953.Duiveland. De mensen die op dezelfde plek weer een nieuw huis wilden bouwen, hadden het daar erg moeilijk mee. Aan die ene straat van vroeger stonden een stuk of twintig huizen. Slechts twee daarvan waren bestand tegen de kracht van het water. Wie zich had kunnen redden toen zijn huis door de golven verzwolgen werd, vluchtte naar deze huizen. Drieëndertig mensen vonden er op de zolder onderdak. In Capelle woonden honderd twintig mensen, veertig mensen zijn verdronken. Ria Geluk en Nelleke Verboom- van Dienst woonde in 1953 in Capelle.Drijvend over de straat.

Achter die ene straat in Capelle was een ‘achteromme’. Daar stond een huis en daar woonde Nelleke van Dienst. Daar was ook de tramhalte. Voor de ramp reed er een tram op Schouwen-Duiveland, van Zijpe naar Burgh. Passagiers die hun fiets bij het tramhokje stalden, betaalden een dubbeltje aan Nellekens vader. Aan de overkant, in de straat, woonde de opoe en opa van Nelleke. Ze was toen dertien jaar en zat op de huishoudschool in Zierikzee. “de zaterdagavond van de ramp had ik meegedaan aan de uitvoering van de mandolinevereniging. Het concert was goed gegaan en toen we naar huis wilden gaan, bleek het zo hard te stormen dat we niet meer konden fietsen. De dirigent heeft mij en mijn moeder, die was komen luisteren met de auto thuisgebracht. ’s Morgens vroeg, het was nog donker, werden we gewekt door een stem die hard schreeuwde: ‘Het water komt!’ Wie dat geweest is, zijn we nooit te weten gekomen. Mijn vader en broer gingen naar buiten en zagen van de kant van Ouwerkerk een muur van water op zich af komen. Het was een donderend geraas.”

Snel namen ze spullen mee naar de zolder. Nelleke nam een matras van zeegras mee; hoe ze dat zware ding heeft kunnen sjouwen en waarom ze juist dat meenam, is haar tot op vandaag een raadsel. Eerst dachten ze dat het water, net als bij de inundatie in de oorlog, niet hoger dan een meter zou komen te staan, maar haar vader zag toch snel in dat er iets gebeurd moest zijn. „we namen dekens mee en gingen het dak op. We hebben daar niet lang gezeten. Het huis stortte in en het lukte ons om op een vlot te klimmen, waarschijnlijk een stuk dak. Ik was de laatste. Toen ik op het vlot sprong, kantelde het en vielen we alle vijf in het water. Ik ging kopje onder. Ik weet nog heel goed dat ik bij de tweede keer dacht: ‘ nog een keer en dan ben ik er niet meer.’ Want dat had ik wel eens gehoord. En opeens zaten we allemaal weer op het vlot, we hebben geluk gehad.” Ze dreven op het vlot door de straat van Cappele. Ze zagen dat opoe en opa op het dak van de keuken zaten. Ze hebben nog gezwaaid. Ook zag Nelleke de overbuurvrouw, die net bevallen was en een ander kind aan haar voeten had, op een vlot voorbijdrijven. Ze zijn allemaal verdronken. Opoe, opa en de vrouw met haar twee kinderen. Nelleke en haar ouders en broer en zus dreven vanzelf naar een van de twee overgebleven huizen toe, waar ze door buurmannen naar binnen getrokken werden. „Met zijn vijven in een tweepersoonsbed, met kleren van de buren aan, zijn we weer een beetje warm geworden. Op een gegeven moment gingen alle mensen naar het andere overgebleven huis, omdat de groter en sterker was. We konden gewoon over het drijfhout in de straat lopen.’s Maandagsmiddags kwamen de eerste roeibootjes uit Zierikzee. Het sneeuwde. De vrouwen en de kinderen werden eerst naar Zierikzee gebracht.” Wim Schot was de schipper van het bootje waarin Nelleke zat. Ze werden naar een kerk gebracht, die werkelijk vol met kleren en schoenen lag. Daar konden ze kiezen. Dat was wel nodig, want Nelleke had wanten aan haar voeten en haar broer had een jurk aan. Ze hebben overnacht in een klaslokaal van een school. „Daar was het lekker warm. Er stond een grote ronde kachel te snorren en er stonden veldbedden. We waren tussen allemaal vreemde mensen. Maar we hebben heerlijk geslapen op die bedden.” Daarna werden ze ingescheept naar Bergen op Zoom en van daar uit met bussen naar Chaam (bij

De Ramp 1953

Breda) gebracht. Elf weken waren ze daar bij een gastgezin in de kost, vervolgens bivakkeerden ze nog een paar maanden bij een zus van Nelleke in Wolphaartsdijk. In september kregen ze de sleutel van een noodwoning aan het beijersdijkje bij Zierikzee. Daarmee was een voorlopig einde gekomen aan hun zwerftocht. Meubels, kachel en alles wat je verder nodig hebt, kregen ze van het Rode Kruis. Nelleke ging weer terug naar de huishoudschool in Zierikzee. „Ik was een half jaar weg geweest, maar ik hoefde niet te blijven zitten. In Wolphaartsdijk had ik voor het gemak maar weer de lagere school bezocht.” Haar vader was snel aan het werk en het lukte hem om binnen een paar jaar een nieuwe woning te bouwen. In Nieuwerkerk, want Capelle hadden ze voorgoed verlaten.

----------------------

De akkerpaardenstaard bleef dertig jaar weg.

In Kortgene kwam het gevaar van een andere kant dan ze gedacht hadden. Het waren niet de zeedijken die het begaven. Het water kwam van het smalle en gewoonlijk rustige stroompje de Zandkreek (nu Veerse meer). De storm uit het noordwesten en het hoge tij hadden het water in de Zandkreek opgestuwd en de relatief lage dijken met muraltmuurtjes hielden het niet. Die waren niet berekend op hoge golven.

Jan en Bella van Oeveren hadden een hoeve aan de Provinciale Weg, net buiten het dorp. Ze waren een jaar geleden getrouwd en Bella was hoogzwanger. De vader van Jan logeerde bij hen, omdat hij zijn vrouw die week verloren had. Bij het laatste nieuws op de radio die zaterdagavond werd melding gemaakt van storm. Bella zei nog dat haar vader wel over de dijk zou lopen om te controleren. “Hij was als enige boer in een polder bij Yerseke verantwoordelijk voor de dijk”. Die nacht werd Jan uit zijn bed gebeld: “Een neef van ons kwam waarschuwen dat de polder volstroomde. Even later kwam er een man aan de deur die naar de sleutel vroeg van het houten hokje waarin de takel lag om de schotten in de watergang neer te laten. “Jan legt uit: “Daarmee konden de dijken gesloten en geopend worden. Ik wist van geen sleutel en ging mee om de man te helpen. Net toen we het hokje wilden opentrappen, zag ik het water als een deken van witte nevel komen aanrollen. De schotten neerlaten was niet meer nodig, we zijn zo hard mogelijk naar huis gehold”.

Zout water in de regenbak.

Het huis van jan en Bella lag nogal hoog en daarom maakten ze zich niet ongerust. Bella had de inundatie in Yerseke tijdens de oorlog meegemaakt. In 1944 hadden Duitsers veel polders onder water gezet, om zich beter te kunnen verdedigen. ‘Ik dacht dat het nu ook niet meer zou zijn dan volle sloten en een laagje water op het land. Ik heb toch maar het karpet opgerold en naar boven gebracht en stoelen op de tafel gezet. Ook sleepte ik nog een rotanstoel naar boven. Achteraf is dat onzinnig geweest. Ik had beter de fotoboeken en brieven kunnen meenemen.” Van slapen kwam niet veel meer, ze hebben Jans vader gewekt en zijn met zijn drieën in het bed van Jan en Bella gaan liggen. “Het was verschrikkelijk koud”, zegt Bella, “En ’s morgens, toen het licht werd, stond er een meter water in huis. De meubels dobberden door de kamer. Buiten was overal water rondom. We zagen het varken drijven en een paar kippen. Met de rest van de dieren was het gelukkig goed. Vier paarden en twintig koeien hadden we op stal staan”. De kachel en de elektriciteit waren uitgevallen en ook drinkwater was er niet meer: de regenbak was door het zoute water onbruikbaar geworden. Al om een uur

De Ramp 1953

of tien die ochtend kwam er een bootje dat hun naar het droog gebleven Colijnsplaat bracht, bij familie op de boerderij de Rusthoeve. Jan ziet het nog voor zich: ‘Daar was het een grote drukte. Er waren nog veel meer mensen die hier onderdak hadden gezocht. Vooral mensen die de vorige avondte gas wwaren geweest bij de feestelijke opening van het nieuwe gemeentehuis van Kortgene. Die konden niet meer naar huis door het water.” Van de doden die in het dorp waren gevallen, wisten ze toen nog niets. Dat kwam pas na enkele dagen. ’s Middags werd duidelijk dat het water nog verder zou stijgen. Het zakte niet toen het eb werd en de vloed kwam er weer aan. Jan: “ik ben terug naar de boerderij gegaan om de koeien los te maken en uit de stal te drijven. Ik dacht dat het het beste was als ze zelf hoger gelegen plaatsen zouden opzoeken. Achteraf heb ik daar verschrikkelijk veel spijt van gehad, want de koeien zijn allemaal verdronken en in de stal stond niet eens zo veel water. Het los maken koste veel moeite en ik raakte onderkoeld. Je stond urenlang tot je middel in het ijskoude water. Terug op de Rusthoeve kwam ik pas weer een beetje bij na een lange hete douche en een glas cognac.

“Ik zag het water als een deken van witte nevel komen aanrollen.

In Kortgene zijn ongeveer veertig mensen verdronken. Vooral mensen die aan de kapot geslagen Torendijk woonden. Jan en Bella hebben geen familie verloren. “Een van onze knechten wel, die verloor zijn kleindochter. Het meisje zat op zijn arm van haar vader, die zich een uitweg door het kolkende water probeerde te zoeken. Maar een zware balk sloeg tegen zijn arm en hij raakte het kind kwijt.”

Gips strooien.

In april konden Jan en Bella terug naar de boerderij. De polder was weer droog en het huis was schoongemaakt. Bella was ondertussen bevallen van een dochter. Vanuit de Rushoeve was ze met een boot naar Yerseke gegaan, zodat haar eigen dokter de bevalling kon leiden. Terugkijkend begrijpen ze niet dat ze zich niet meer zorgen maakten. “We waren nooit moedeloos. Al vrij snel ging het leven weer zijn gewone gang. En de hulpverlening en aandacht waren hartverwarmend.”, zegt Bella. Jan vind dat de mensen in Enschede na de vuurwerkramp maar armzalig geholpen zijn, vergeleken met de hulp die zij toen ondervonden. ‘Alles werd vergoed.”Ook was het verbazend dat sommige werkzaamheden op de boerderij gewoon konden doorgaan, terwijl ze op de Rusthoeve zaten. “We hadden het vlas, dat in de schuur lag te drijven, naar de Rusthoeve gebracht. We konden er nog heel wat zaad af halen. En dat verkochten we dan.

“Het was een kale zomer, die zomer van 1953. alle planten waren doodgegaan.

Het duurde nog wel enige jaren, voor de boerderij weer helemaal als vanouds draaide. “De trekkers, die wel veel te lijden hadden gehad onder het zoute water, konden gereviseerd worden”, zegt Jan, “Maar het was een kale zomer, die zomer van 1953. alle planten waren dood gegaan. De juttenperenboom had het nog het langst uitgehouden. We hebben dat eerste jaar geprobeerd gerst te zaaien, maar de oogst was slecht. Er zat nog te veel zout in de grond. De regering deed veel om de boeren te helpen. Ze vertelden ons hoe we de grond weer goed konden krijgen en we kregen gips om uit te strooien. Gips verdrijft het natrium van de klei. In de eerste jaren deden alleen de gerst, erwten en suikerbieten het redelijk, maar na drie, vier jaar was het bouwplan weer hetzelfde als voor de ramp. Toen groeide er ook weer aardappelen, graszaad, vlas en tarwe. Het zout had ook nog een voordeel gehad. Van de

De Ramp 1953.

akkerpaardenstaart, een bijna onuitroeibaar onkruid, hadden we gen last meer. Die is pas na dertig jaar weer teruggekomen. Maar de kikkers waren ook weg. Dat vond ik erg jammer. Die zijn er nog steeds niet zoveel als voor de watersnood.”

+++++++++++++++

Straatnamen vertellen een verhaal.Wim Kuijper woont in de Phoenixstraat in Ouwerkerk. Die naam is ontleend aan de Phoenix-caissons, waarmee de grootste dijk doorbraak gedicht zijn. Er zijn nog meer namen in het dorp die aan de ramp herinneren. In de Noorse straat staan de door Noorwegen geschonken houten noodwoningen. In de Zweedse straat was op de hoek het Groene Kruisgebouw (medisch centrum), dat door Zweden geschonken is. Er naast stond het badhuis. Nu is het een particulier huis. Zo is ook een Enschedestraat, omdat Enschede na de ramp Ouwerkerk en Nieuwerkerk adopteerde. Na de vuurwerkramp in Enschede drie jaar geleden hebben de twee dorpen iets terug gedaan: ze zamelsen vijduizend gulden in.

In de koning Julianastraat is nu geen water te bekennen, maar in 1953 kwam de koningin er in een bootje aan. Dan heb je de Hubrecht Kosterstraat. Die is genoemd naar de eerste Schipper die het dorp wist te bereiken. De grote Amerikaanse eik die op de Ring staat, is geschonken door de vereniging van Wereldveteranen. Dus ook een Wereldveteranenlaan. De bekende Jack Russell, een invalide journalist, plantte het nog kleine boompje. En de bomen aan de Weg van de Buitenlandse Pers komen van een internationale journalistenclub. Het gebied rond Ouwerkerk heeft langst onder water gestaan van alle overstroomde gebieden. Toen in november 1953 de caissons bij Ouwerkerk in de dijk geplaatst werden, was dat voor Nederland een gedenk waardig moment. Het Watersnoodmuseum is in zo’ n caisson gevestigd.

De zaterdagavond van de watersnood was Wim Kuijper, zeven tien jaar toen, met een paar vrienden aan het biljarten in café Vijverberg in de Zuidstraat. Om twaalf uur moesten ze thuis zijn. De vrienden woonden in de zelfde straat en liepen samen op. “Buiten merkten we meteen dat het ingewoon hard stormde. En toen we de hoek om gingen, kwamen we niet meer vooruit. We moesten ons arm in arm tegen de storm in vechten. Het was een paar honderd meter naar de rij huizen achter de boerderij. Om half vier ’s nachts werd ik door mijn vader van mijn bed gelicht. Mijn zwager, die de kerkklokken gehoord had, was komen waarschuwen voor de dijkdoorbraak. Er stond een halve meter water in huis. Ik ben met mijn moeder en jongste zus naar de Ring gelopen naar het huis van de ouders van mijn moeder. We liepen tot ons middel in het water. Mijn vader en mijn zwager hebben nog mensen gewaarschuwd en zijn ook naar het huis van mijn grootouders gegaan. Dat was de redding van ons gezin. De Ring is hoger gelegen, er stond nog geen water” een merksteen op de hoek van de Ring en de straat waar Wim woonde, geeft aan hoe hoog het water er zou komen te staan. Als je 1.70 meter lang bent, tot oog hoogte. “ Twee vrienden met wie ik die avond was uitgegaan, hebben het niet gered. Ze waren broers. Een van hen hield zich vast aan de A-palen voor het huis, maar kon het niet meer houden. A-palen werden vroeger gebruikt als lantarenpaal en voor de telefoon en elektriciteitsdraden. De vader van mijn vriend hing ook aan zo’n paal, maar had zich met de elektriciteitssnoer kunnen vastbinden. Hij overleefde het, maar verloor die zaterdagnacht heel zijn gezin: vrouw en vier kinderen.

De Ramp 1953.Vloed over vloed.Die zondag is er zoveel gebeurd dat de herinneringen door elkaar lopen. “ We werden vlotten gebouwd en nog veel mensen van de daken van achteraf gelegen boerderijen weten te redden.’s Middags zou het eb moeten worden. Het water hoorde dan te dalen. Maar dat gebeurde niet. De oude mensen in het dorp voelden dat het niet goed zat. Ze spraken van “vloed over vloed”. Zo volgde er weer een angstige nacht. Boven in huis van mijn grootouders zaten we met de familie. We zagen het water steeds hoger komen. Wrakhout, soms ook zware balken, bonkten tegen het huis. We waren bang dat het zou instorten. Er stond iemand bij de trap om het water in de gaten te houden. Hij meldde dat het water de eerste tree bereikt had, daarna de tweede tree, de derde…. Na een paar uur hield eindelijk het stijgen op. Mijn vader opende de voordeur en tot zijn opluchting liep het water naar buiten. Zo wisten we dat ze het ergste gehad hadden. Wat we buiten aantroffen, was onwezenlijk. Lijken, kadavers, wrakhout, modder. En tussen die ravage liep hier en daar rustig een hond, een koe of een paard rond. Het dorp was onbereikbaar geworden, een eiland midden in het water. We vingen regenwater op om te drinken. Pas dinsdagavond slaagde de eerste boot er in het dorp te bereiken. De Schipper was Hubrecht Koster. Vrij snel daarna kwamen er meer boten en sloepen. Op verschillende plaatsen in het dorp werden aanlegsteigers gebouwd. Vrijwel het hele dorp werd geëvacueerd, eerst naar Yerseke en van daar uit naar Goes. De mosselschippers hebben hier veel goed werk verricht. Met een van hen heb ik nog steeds contact.” “ Er stond iemand bij de trap om het water in de gaten te houden. Hij meldde dat het water de eerste tree bereikt had, daarna de tweede tree, de derde……”na vier dagen ging een groep jongens en mannen terug om op te ruimen. In een mosselschip uit Yerseke. En vervolgens vele maanden lang, brood mee voor de hele week. Eerst om de lijken te bergen en de kadavers op te ruimen, daarna om met het puinruimen, schoonmaken en opknappen van machines te beginnen. “We sliepen in de pastorie op de Ring, in een vrijwel verlaten dorp. In de ondergelopen tuin van de pastorie was een grote aanlegsteiger gebouwd. Half augustus begonnen de eerste mensen naar het dorp terug te keren en half november, toen eindelijk het laatste gat in de dijk dicht was, volgden er meer. Stapje voor stapje pakten de mensen het gewone leven weer op. Wij waren alles kwijt. Maar we spraken er niet over. We leefden nog, dat was het belangrijkste. “Wat we buiten aantroffen, was onwezenlijk. Lijken kadavers, wrakhout, modder. En tussen de ravage liep hier en daar rustig een hond, een koe of paard rond.”Negenentachtig mensen in het dorp hadden de ramp niet overleefd. Ook daarover werd niet veel gesproken. Dat kwam pas later, toen de sport- en muziekverenigingen weer nieuw leven ingeblazen werd. Hebben we een elftal? Hebben we voldoende mensen voor een orkest? De planten, struiken en bomen overleefden ook niet. Het eerste jaar dat de grond weer droog was, leek het alsof ze doorgroeiden. De fruitbomen gaven nog bloemen, maar stierven daarna. Ik heb horen vertelen dat er perenbomen waren die nog peren voortbrachten, toen ze hun blad al verloren waren. Alle beplanting in het dorp is nieuw. De ramp zelf is nooit uit Ouwerkerk vertrokken. We hebben het altijd over voor of na de ramp.”++++++++++++++++++++



Geplaatst op 02 december 2007 12:11 en 2249 keer bekeken



Deel dit artikel via:





_
R
eacties van leden


Je reactie
Naam   Gast
Reactie   
  _
Captcha_Beveiligingsvraag

Welk dier is dit?
_

Er zijn nog geen reacties gegeven.